U bent nu hier:

De tien gouden regels bij het ontwerpen van de huisartsenpraktijk

Terug naar het hoofdmenu

Bij nieuwbouw of verbouw van een praktijk is het van belang dat u er als arts met de assistentie, AIOS, praktijkondersteuners, Hidha’s en niet te vergeten de patiënten prettig en efficiënt kunt werken en verblijven. De Tien Gouden Regels van de bouwadviesgroep-LHV belichten de belangrijkste kenmerken van een goed ontworpen huisartsenpraktijk.

  • De wijze van werken en van samenwerken moet af te lezen zijn in de plattegrond, zoals de relaties van ruimten of juist de scheiding tussen ruimten, de looplijnen en het gebruik van ruimten en verkeersgebied. Daarbij zijn de basisuitgangspunten:

    • Elke arts beschikt over een eigen werkruimte, parttimers kunnen ruimten delen.
    • Praktijkverpleegkundigen, aios, e.d. maken gebruik van de universele behandelkamer(s) of van leegstaande spreekonderzoekkamers van de huisartsen.
    • De assistentie heeft de assistentiezone tot haar beschikking: baliereceptie- en administratieruimten
    • (Front- en BackOffice), laboratorium en behandelkamer(s).
    • De verschillende medewerkers kunnen gemakkelijk contact met elkaar hebben, zonder dat de patiënt daarvan getuige is.
    • Door architectonische middelen ten volle te gebruiken hoeft zo min mogelijk bewegwijzering te worden aangebracht. Indien dat toch noodzakelijk is, worden er duidelijke pictogrammen gebruikt.
    • Patiënten vinden eenvoudig hun weg in de praktijk vanuit de publieke ruimten (entree, hal en wachtruimte). Zo is de balie bijvoorbeeld direct bereikbaar vanuit de entree.
    • Bij het ontwerp is rekening gehouden met mogelijke toekomstige uitbreidingen. 

    De plattegrond is een goede ‘vertaling ‘van de gewenste organisatie van een praktijk voor:

    • Vier artsen (vier spreekonderzoekkamers) met
    • Aios en POH en GGZverpleegkundige (drie universele behandelkamers) en
    • Vier of meer assistentes

    De praktijk is helder in zones verdeeld; een rust- en een onrustgebied; artsen en assistentie beschikken elk over een eigen gebied en kunnen rustig contact hebben.

    Voorbeeld bij Gouden regel 1: De plattegrond van de praktijk is een weerspiegeling van de organisatie van de praktijk Voorbeeld bij Gouden regel 1: De plattegrond van de praktijk is een weerspiegeling van de organisatie van de praktijk
    • De entree, de hal voor de balie en de wachtruimte voor patiënten zijn gescheiden van het verkeers- en werkgebied voor de medewerkers.
    • Artsen en assistenten kunnen elkaar ontmoeten in het ‘rustgebied’, met name in de BackOffice. Die is bereikbaar zonder dat de arts door de publieke zone hoeft te gaan.
    • De wachtruimte heeft twee deuren: de entreedeur in de publieke zone en de ophaaldeur die uitkomt in de werkersgang.
    • Het bezoekerstoilet ligt in de publieke zone, de toiletten voor de medewerkers in het ‘rustgebied’.

    Deze verdeling binnen de praktijk in rustgebied en in onrustgebied vindt u terug in alle voorbeeldplattegronden in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 5.

    Het lichtgrijze gearceerde ganggebied is het onrustgebied. Het gebied tussen de entree, de ontvangst (baliereceptie) en de entreedeur van de wachtruimte. Het donkergrijze gebied is het rustgebied. Hier komen patiënten alleen onder begeleiding van een werker. Artsen c.s. kunnen in alle rust naar Back Office, behandelkamer etc.

    Voorbeeld bij Gouden regel 2: Er is een duidelijk onderscheid tussen het ‘onrustgebied’ en het ‘rustgebied’ tussen de publieke zone en de werkerszone Voorbeeld bij Gouden regel 2: Er is een duidelijk onderscheid tussen het ‘onrustgebied’ en het ‘rustgebied’ tussen de publieke zone en de werkerszone
    • In een praktijk met een rustig patroon van looplijnen hoeven artsen niet langs de balie of de entree om patiënten op te halen.
    • Ook de looplijn van artsen naar assistentie (BackOffice) gaat nooit langs de balie of de wachtruimte.
    • Bij binnenkomst zien patiënten meteen waar ze moeten zijn.
    • Alle looplijnen/verkeersstromen in het gebouw zijn goed doordacht. Om opstoppingen te voorkomen kruisen drukke verkeerslijnen elkaar niet.
    • Looplijnen zijn in het algemeen zo kort mogelijk. Al moet de verkeersruimte beperkt zijn, een wat langere, beschermde en rustige looplijn is te verkiezen boven een korte en drukke. Er gaan geen looplijnen door werkruimten en ook niet door de wachtruimte.

    De illustratie geeft een FOUTE OPLOSSING van de looplijn van de huisarts voor het ophalen van de patiënt uit de wachtkamer.

    De arts moet voor de balie langs; dat doet hij 6 keer per uur heen en zes keer per uur terug. Hij stoort dan 12 keer per uur de assistente. Bovendien kan hij zo aangesproken worden door patiënten( die hij misschien liever nog niet spreekt). En in de derde plaats moeten ( bij drukte en vooral als de ruimte beperkt is) de wachtende patiënten even ruimte maken omdat de arts al dan niet met patiënt er langs moet. Alle voorbeeldpraktijken in hoofdstuk 5 geven goede oplossingen.

    NB. Indien de artsenkamers links en rechts van de assistentiezone zijn gesitueerd zijn vrijwel altijd twee wachtkamers nodig.

    Voorbeeld bij Gouden regel 3: De praktijk kent een rustig patroon van looplijnen <br>(dit voorbeeld betreft een FOUTE OPLOSSING) Voorbeeld bij Gouden regel 3: De praktijk kent een rustig patroon van looplijnen
    (dit voorbeeld betreft een FOUTE OPLOSSING)
    • De balie is zo gelegen en vormgegeven dat gesprekken tussen patiënt en assistentie niet te volgen zijn in de wachtruimte.
    • Er worden geen vertrouwelijke telefoongesprekken gehouden aan de balie.
    • Er is voldoende ruimte vóór de balie om enige afstand te houden als er al iemand aan de balie staat.
    • De wachtruimte is bij voorkeur een met een deur afgesloten ruimte.
    • Een gordijn of een wandje of iets dergelijks voorkomt dat de behandelbank zichtbaar is voor bezoekers van de behandelkamer.
    • De BackOffice, de ‘werkersruimte’ is in principe niet toegankelijk voor patiënten.
    • Er heerst in de praktijk een goede ‘geluidssfeer’. Hierin zijn verschillende aspecten te onderscheiden. In de eerste plaats: geluidsisolatie van privacygevoelige ruimten. In de tweede plaats: geluidsbeheersing, bijvoorbeeld voldoende afstand tussen balie/receptie en wachtruimte. Dit is vooral zeer belangrijk indien er sprake is van een ‘open’ of deels open wachtruimte. En in de derde plaats: geen nagalm en demping van geluid.
    • Een goede geluidssfeer en perfecte verlichting zijn uitermate belangrijk voor zintuiglijk gehandicapte patiënten.

    De privacy in de praktijk is op meerdere manieren positief te beïnvloeden. Zo is het belangrijk dat men bij binnenkomen van een behandelkamer niet direct op de bank kijkt. In de tekening is dit gerealiseerd door

    • De draairichting van de deur; de deur belemmert het zicht op de bank en
    • Er is een extra gordijn waardoor de bank geheel aan het zicht onttrokken kan zijn.

    Voorbeeld bij Gouden regel 4: Er is aandacht voor de privacy van patiënten en werkers Voorbeeld bij Gouden regel 4: Er is aandacht voor de privacy van patiënten en werkers
    • Maat en indeling van alle ruimten afzonderlijk, zijn zorgvuldig vastgesteld met een juiste plaatsing van deuren, ramen, wasbak, vast en los meubilair, stopcontacten en verlichting. De logistiek van het geheel is weloverwogen.
    • Er zijn correcte relaties tussen ruimten met rustige looplijnen en goed gekozen zichtlijnen.
    • De praktijk is van buiten herkenbaar en binnen vinden bezoekers gemakkelijk hun weg.
    • De technische voorzieningen zijn afdoende.
    • Het gebouw is beveiligd (inbraak-, brand-, data- en persoonsbeveiliging).
    • De praktijk is vandalisme bestendig.
    • Bij nieuwbouw is een stramienmaat gekozen die een blijvend goede indeelbaarheid van het gebouw garandeert.
    • In verband met de grotere vrijheid bij de indeling valt een draagconstructie met kolommen te verkiezen boven een constructie met dragende wanden.

    Ter illustratie een spreekonderzoekkamer met correcte functionele indeling (A). En dezelfde kamer met een niet functionele indeling (B).

    Spreekonderzoekkamer met correcte indeling

    • Bank rechtshandig opgesteld
    • wasbak goed geplaatst
    • arts heeft kortste route naar entreedeur 

    Spreekonderzoekkamer met FOUTIEVE indeling

    • Bank linkshandig opgesteld (N.B.: alle artsen worden rechtshandig opgeleid)
    • wasbak en aankleedhoek zijn foutief geplaatst. Arts moet langs zich aankledende patiënt in route van wasbak naar spreektafel.
    • arts kan ‘klemgezet’ worden door agressieve patiënt.

    Voorbeelden bij Gouden regel 5: De praktijk is functioneel<br> A. Correcte functionele indeling<br>B. Niet-functionele indeling Voorbeelden bij Gouden regel 5: De praktijk is functioneel
    A. Correcte functionele indeling
    B. Niet-functionele indeling
    • Het karakter en de sfeer voldoen aan de vooraf omschreven wensen van de gebruikers.
    • Bij het ontwerpen wordt zorgvuldig aandacht besteed aan zaken als vormgeving, materiaal- en kleurtoepassing, daglichttoetreding en verlichting (zie ook 2.5.), de keuze van meubilair en stoffering.
    • De technische voorzieningen garanderen een goede klimaatbeheersing zowel in de zomer als de winter. Dit kan worden bereikt door onder meer correcte, verwarming, koeling, ventilatie.
    • Maar ook zonwering en ramen, die je kunt openen zijn bepalend voor de klimaatervaring. Gouden regel 6 Patiënten en werkers vinden de sfeer van de praktijk prettig.

    Voorbeelden bij Gouden regel 6: Patiënten en werkers vinden de sfeer van de praktijk prettig Voorbeelden bij Gouden regel 6: Patiënten en werkers vinden de sfeer van de praktijk prettig
    • Ouders met kinderwagens, visueel gehandicapten, mensen in een rolstoel, etc. komen gemakkelijk binnen en kunnen zich in het gebouw goed verplaatsen.
    • Het gebouw/de verbouw is ontworpen conform het Handboek voor Toegankelijkheid, de wettelijke voorschriften en BTB-eisen (bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar.)
    • De HOED-praktijk heeft een zeer eenvoudige, duidelijke bewegwijzering bijvoorbeeld met kleuren, zodat ook analfabeten de aanduidingen kunnen ‘lezen’.
    • De praktijk is bereikbaar voor auto’s, ambulances en bestelwagens.
    • In de nabijheid van de entree is een parkeerplek voor fietsen en een of meerdere parkeerplaatsen voor mindervaliden, parkeerplaatsen voor artsen (spoedje) en de parkeermogelijkheid voor patiënten is op beperkte loopafstand.

    Voorbeelden bij Gouden regel 7: De praktijk is goed toegankelijk voor iedereen Voorbeelden bij Gouden regel 7: De praktijk is goed toegankelijk voor iedereen
    • Kostenbewust heeft onder andere betrekking op de investeringskosten, de efficiency van het ontwerp, onderhoudskosten en energielasten.
    • Het aantal te realiseren vierkante meters staat in gezonde verhouding ten opzichte van de inkomsten.
    • De prijs per vierkante meter (zowel bij huur als koop) is zorgvuldig getoetst aan de geboden kwaliteit. Deze kwaliteit staat beschreven in een technische omschrijving, bestek, o.i.d..

    Toelichting

    De investeringskosten zijn de verzameling van al de kosten die gemaakt moeten worden om een gebouw te kunnen betrekken. Hoofdstuk 4 geeft een toelichting op deze kosten.

    • Een ontwerp is efficiënt als er sprake is van:
      • er is geen overmaat aan verkeersruimte en constructie
      • een juiste maatvoering van de diverse ruimten 
      • geringe onderhoudskosten door zorgvuldige detaillering van bouwkundige details en afwerking
    • Keuze voor bestendige, duurzame materialen en door beperkte energielasten door keuze van energiezuinige systemen die een goede klimaatbeheersing waarborgen.
    • Het oppervlak van de praktijk moet voldoende groot zijn om de ‘bewoners’ te huisvesten, maar moet ook passen binnen de portemonnee. Gebruikelijk volstaat 120 m² per fte huisarts voor praktijken voor twee of meer huisartsen. Voor een solopraktijk is 120 m² te weinig (zie voorbeeldtekeningen in hoofdstuk 5 en het m2-overzicht). 
    • De kosten per m² moeten tevens reëel zijn. 
    • Om de prijs per vierkante meter te kunnen toetsen aan de geboden kwaliteit is het noodzakelijk dat een technische omschrijving of bestek zorgvuldig wordt gescreend door een bouwkostendeskundige.

  • Bij het ontwerp is erop toegezien dat de eisen uit onder meer het Bouwbesluit, de Woningwet, de Wet Arbo en de Algemene Maatregelen van Bestuur zijn gerespecteerd. Naast deze eisen zijn er extra eisen die de LHV stelt (zie gouden regel 10).

  • De LHV stelt hogere eisen dan het wettelijke niveau aan zaken als:

    • geluidsisolatie
    • duurzaamheid (onderhoudsvriendelijke materialen)
    • daglicht: spreekkamers, universele behandelkamer en backoffice liggen aan de gevel. Deze ruimten hebben ramen op ooghoogte met uitzicht naar buiten
    • spuiventilatie en hygiëne
    • kwaliteits- en prestatie-eisen voor binnenwanden, bijvoorbeeld: sanitair en hang- en sluitwerk.

    De LHV heeft deze extra eisen ontwikkeld omdat de bestaande wetgeving niet afdoende is voor de huisvesting van de beroepsgroep huisartsen. Als voorbeeld noemen we de geluidsisolatie. De geldende wet- en regelgeving is onvoldoende, gesprekken in de spreekkamer zouden daarbij verstaanbaar zijn in de aangrenzende ruimte. Alle eisen worden elk jaar getoetst en staan vermeld in het meest actuele programma van eisen HOED, uitgave LHV.

De tien gouden regels (pdf)

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd