U bent nu hier:

Artsen van NU: meningen van huisartsen

De KNMG-campagne Artsen van NU heeft tot doel artsen met elkaar in gesprek te brengen en zo de aandacht te vestigen op de medische professionaliteit. In het tijdschrift Huisarts in Praktijk geven huisartsen hun mening over de thema’s die in de campagne centraal staan: deskundig, transparant, toetsbaar, betrouwbaar en verantwoordelijk. Kijk voor meer informatie over de campagne op www.artsenvannu.nl.

Tekst Els van Thiel • Foto’s Erik Kottier

Deskundigheid: Counselend en coachend

Huisarts Stijn van den Broek: “Deskundigheid vormt de basis van het arts zijn. Dat betekent dat je continu speurt naar leemtes en daar de passende scholing bij zoekt. Zelf ben ik ‘besmet’ met het kwaliteitsverbeterend denken: uitzoeken hoe het beter kan, dat uitproberen en na verloop van tijd checken of het werkt. Dat is basaal voor je professionaliteit. Patiënten schatten ons als artsen hoog in als het gaat om deskundigheid. Als de arts het zegt, klopt het, hij heeft erover nagedacht, is goed geschoold en betrouwbaar. De steeds méér geïnformeerde patiënt - ik zeg met opzet niet de beter geïnformeerde patiënt - ziet vaak door de bomen het bos niet meer en doet een beroep op onze deskundigheid. Wat moet ik geloven? Hierdoor hebben we een meer counselende en coachende rol gekregen. Er zijn ook andere ‘kunstjes’ die geassocieerd worden met ons beroep. Managen, een bedrijf leiden,bijvoorbeeld. Het is een overschatting te menen dat we dat ook zomaar zouden kunnen. Deskundigheid als arts kent grenzen.”


Deskundigheid: Geen grote systematiek

Huisarts Adrie Evertse: “De huisarts is in principe een vakkundige professional, al is het voor de buitenwereld niet altijd inzichtelijk waaruit die deskundigheid bestaat, hoe ze is opgebouwd. En het merendeel van de huisartsen voelt zich ook uitermate verantwoordelijk voor het op peil houden van zijn vakkennis. Tot zover de positieve kant van het verhaal. De negatieve kant vind ik de manier waarop huisartsen met het onderhouden van hun deskundigheid omgaan. Die getuigt op z’n zachtst gezegd niet altijd van grote systematiek. Vorig jaar heeft de ROS een pilot gedaan naar de implementatie van de richtlijnen. Zij constateerde dat veel huisartsen zelfs de headlines van de NGH-standaarden niet kennen of niet goed kennen. Tsja, daar kijk je dan toch van op.”


Deskundigheid: Het grijze gebied

Huisarts Dorien Zwart: “Weten wat je weet, weten wat je kunt en op het juiste moment toepassen wat je in huis hebt, dát noem ik deskundigheid. En natuurlijk weten wat je níét weet en kunt. Het is moeilijk om op het juiste moment door te hebben dat je een beetje aan het aanmodderen bent. In de praktijk zijn wij de hele dag bezig oplossingen te verzinnen voor problemen. Soms loopt het op de een of andere manier toch niet. Dan moet je op het juiste moment doorhebben dat je oplossing niet werkt. Je weet wat je weet, da’s helder. Je weet wat je niet weet, da’s ook duidelijk. Maar juist op dat grijze gebied ertussenin moet je je deskundigheid laten gelden. Nú moet ik iets anders doen of insturen.”


Transparantie: Geen doel, maar middel

Huisarts Wim Verstappen: “Transparantie is geen doel op zich. Het is een middel om je kwaliteit van handelen te verbeteren. Als het zo gebruikt wordt, vind ik het een groot goed. Het lastige is dat transparantie vaak wordt misbruikt om dingen op af te rekenen. We zitten niet te wachten op zorgverzekeraars die transparantie prediken om dingen te kunnen afvinken... Of op lijstjes met de beste artsen en ziekenhuizen, verpleeghuizen, enzovoort. Als wetenschapper zeg ik: dat kán niet. We kunnen wel proberen om op een heel specifiek terrein transparant te zijn. In mijn promotieonderzoek heb ik bijvoorbeeld het diagnostisch handelen van huisartsen onderzocht.
We hebben met die huisartsen besproken waar de verschillen vandaan komen; ze hebben die ook samen onder de loep genomen en gerelateerd aan de richtlijnen. Dáár kom je verder mee.”


Transparantie: Open kaart spelen

Huisarts Irene van den Heuvel: “Ik denk dat het begrip transparantie veel meer leeft onder artsen dan onder patiënten! Voor patiënten staat één ding voorop: heb ik vertrouwen in deze dokter, ja of nee? Pas als dat vertrouwen geschaad is, wordt transparantie belangrijk voor mensen. En dan moet je als arts open kaart spelen en precies kunnen uitleggen wat er gebeurd is. De tijd van de onleesbare krabbels en geheimtaal op de groene kaart is voorgoed passé. En dat is maar goed ook. Ik vind het volkomen normaal dat we als artsen inzichtelijk maken hoe we tot bepaalde besluiten komen. Met ‘economische’ transparantie - bijvoorbeeld zorgverzekeraars die betaling willen koppelen aan voorwaarden die zij maken en controleren - heb ik dan weer veel minder op.”


Transparantie: Beetje eng

Huisarts Ineke Mol: “Transparantie is superbelangrijk en soms een beetje eng. Als collega’s jouw HIS kunnen inzien, kan dat een enorme kwaliteitsimpuls zijn. Want je krijgt feedback. Laatst zei een collega: ‘Je hebt er volgens mij niet in gezet dat er uitzaaiingen in de lever zijn…’ Het stond er wel in, maar kennelijk niet duidelijk genoeg, want een waarnemer moet dat wel meteen kunnen zien. Ik heb het dus direct aangepast. Want zulke dicht-bij-huiszaken zetten je wel aan het denken. Doe ik het wel goed? Is het voor anderen duidelijk? Je moet transparant dúrven zijn en je niet schamen voor dingen die misgaan. Niet bang zijn om af en toe je zwaktes te laten zien. Dát is de cultuur die we samen moeten zien te bereiken. Want zo stuw je met z’n allen de kwaliteit van het professionele handelen omhoog.”


Betrouwbaarheid: Wetern dat het goed zit

Huisarts Margit Vermeulen: “De patiënt moet zich te allen tijde met een gerust hart aan de huisarts kunnen toevertrouwen. Hoezeer de tijden ook veranderen, dat blijft zo. Patiënten worden mondiger, struinen internet af, maar uiteindelijk willen ze toch het oordeel van een professional. Want al die informatie brengt ook angst teweeg: wat is waar? Mensen waarderen het dat er een deskundige is waar ze altijd terechtkunnen, die luistert, meedenkt en niet oordeelt als je ziek, zwak of misselijk bent. De patiënt moet weten dat het goed zit met de beroepsethiek en de beroepshouding van de dokter, en dat heeft alles te maken met betrouwbaarheid. Of ik een collega aanspreek als ik het niet eens ben met zijn of haar handelswijze? Ingewikkeld. Zeker als hij of zij het zelf niet inziet. Het is niet voor niets dat wij op de opleiding hameren op reflectie en dat we tot vervelens toe oefenen in het omgaan met feedback.”


Betrouwbaarheid: Leren van elkaar

Huisarts, epidemioloog en wetenschappelijk medewerker NHG en NHG-Praktijkaccreditering Mireille Pluijgers-van der Velden: “Veilige en patiëntvriendelijke zorg bieden, de NHG-standaarden kennen, weten hoe ze toe te passen en nascholing volgen… Het hoort bij ‘betrouwbaarheid’ dat je dat zo goed mogelijk waarmaakt. En mocht er toch iets misgaan of de patiënt heeft een andere werkelijkheid dan jij: zorg dan dat je daar professioneel mee omgaat, zodat de vertrouwensband met de patiënt intact blijft.
NHG-Praktijkaccreditering maakt aan partijen zichtbaar dat de praktijk in kwestie niet alleen voldoet aan bepaalde minimumeisen, maar ook gericht is op kwaliteitsverbetering. Ook dat heeft voor mij een relatie met het begrip ‘betrouwbaarheid’. Samenwerken en leren van elkaar vind ik vanuit dat oogpunt ook belangrijk. Juist omdat we zo’n breed, generalistisch vak hebben, is het goed als je ervaringen kunt delen. Ik denk dat je dat tijdens je opleiding al mee krijgt.”


Betrouwbaarheid: met het hele team

Huisarts Renske Heida: “Veiligheid en vertrouwen, die begrippen horen voor mij bij elkaar. De patiënt geeft zich letterlijk en figuurlijk bloot aan je. Dat is een hele verantwoordelijkheid, dat brengt plichten met zich mee. Jezelf blijven ontwikkelen bijvoorbeeld, en kritisch naar jezelf blijven kijken. Maar – en dat wil ik toch graag benadrukken – het draait niet alleen om de huisarts. Het hele team moet het waarmaken. Daarom gaan wij binnenkort met het hele team, inclusief doktersassistenten en praktijkondersteuners, naar een nascholing over veiligheid in de huisartsenpraktijk. Ik weet niet of de thema’s van de campagne Artsen van NU extra gaan leven door de aandacht die er aan besteed wordt. We communiceren al heel wat af met elkaar, vind ik. Denk aan onderwerpen als kindermishandeling, het levenseinde en het EPD. Mij lijkt het minstens zo belangrijk dat wij als huisartsen zelf goed voor ogen blijven houden wat onze kernwaarden zijn én dat we ook aan de buitenwereld laten zien waarvoor we staan.”


Verantwoordelijkheid: echte doordenkertjes

Huisarts Daphne Uyterlinden: “Juist als er verschillende hulpverleners zijn en de patiënt het lastig vindt om het overzicht te houden, is de regisseursrol van de huisarts belangrijk. Een regisseur die de patiënt tussen de klippen van de ingewikkelde en versnipperde zorg door leidt. Als huisarts weet ik wat er bij de patiënt speelt, wat zijn achtergrond is en welke medicijnen hij gebruikt. Ik voel me zeer verantwoordelijk voor de voorlichting en begeleiding. Wat de patiënt daar verder mee doet, is zijn eigen verantwoordelijkheid. Daar moet je wel een scheiding in aanbrengen. Ze zijn prikkelend, die stellingen van de KNMG-campagne, echte doordenkertjes. Hopelijk wakkeren ze niet alleen de discussie aan tussen huisartsen, maar ook tussen artsen van verschillende specialismen. Volgens mij valt er nog een heleboel winst te boeken als je precies weet waar collega’s voor staan.”


Verantwoordelijkheid: touwtjes aan elkaar knopen

Huisarts Jan Berger: “Mijn regisseursfunctie houdt in dat ik - als de patiënt beter af is met een verwijzing - zorg dat die patiënt bij de juiste zorgverlener terechtkomt! Nee, dat is niet zomaar een bon mot. Ik heb in mijn praktijk geen behoefte aan een spleetlamp, want die gebruik ik te weinig. Mijn verantwoordelijkheid is de goede indicatie te stellen voor zo’n onderzoek en te zorgen dat de patiënt op het juiste moment bij een geschikte oogarts zit. Wij zijn met een project ouderengeneeskunde bezig. Alle partijen vinden dat de touwtjes via de huisarts(enpraktijk) aan elkaar geknoopt moeten worden. Ook dat heeft te maken met verantwoordelijkheid nemen. Ander voorbeeld: als het te lang duurt voordat een patiënt in behandeling komt, ga ik naar het ziekenhuis om te kijken hoe het zit en om de specialist daarop aan te spreken, desnoods aan te sporen. Hoe meer ik nadenk over de regisseursfunctie van de huisarts, des te beter ik me realiseer dat ik dit vak ook heb gekozen omdat ik dát wilde doen. Achteraf gezien.”


Verantwoordelijkheid: optelsom van problemen

Huisarts in opleiding Liesbeth Rozendaal: “Verantwoordelijkheid is een thema dat mij als jonge huisarts erg bezighoudt. Je zorg kan namelijk ook ‘eindeloos’ zijn. Waar liggen precies de grenzen? Ik zie soms in het verzorgingshuis een verzorgende aan het werk van wie ik me afvraag: is zij wel in staat een goede inschatting te maken als het met mijn patiënt misgaat? Ik vind dat de signaalfunctie bij de verzorgende ligt, maar ik heb weleens de neiging de vinger aan de pols te houden. Mijn opleider leert mij dat mijn verantwoordelijkheid op een gegeven moment stopt. Lastig… Ik heb een patiënte met diabetes, reuma, COPD, haar been is geamputeerd, ze leeft in een zwak sociaal milieu, heeft ruzie met haar dochter en er zijn wel tien behandelaren. Ik merkte dat ik terugdeinsde voor die optelsom van problemen. Maar sinds ik samen met de eerstverantwoordelijke van de thuiszorg, de wondverzorgende en onze praktijkondersteuner goed vastgelegd heb wat ieders taak is, vind ik het leuk om naar deze patiënte te gaan!”


Toetsbarheid: een soort examen

Huisarts Christine Vis-de Pijper: “Ik vind het belangrijk om mij toetsbaar op te stellen, omdat ik dan feedback krijg en zo mijn eigen handelen kan verbeteren. Eng? Volstrekt niet! Vroeger was het misschien not done om als dokter je twijfels door te laten schemeren, maar mij gaat het heel gemakkelijk af om een collega aan te schieten: ‘Ik heb dit zo gedaan. Hoe zou jij dat aangepakt hebben?’ Ik vind het juist fijn om de mening van een collega te horen en ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dat raar vond. Bij het woord ‘toetsbaarheid’ denk ik bijvoorbeeld ook aan de toetsing na euthanasie. Je hebt veel gepraat, lang nagedacht en naar eer en geweten gehandeld. Dan volgt na zes weken het oordeel van de commissie. Dat voelt wel als een soort examen. Een vraag om euthanasie, daar lig ik weleens wakker van. Wat zeg ik? Daar lig ik altijd wakker van…”


Toetsbaarheid: in alle openheid

Huisarts en NHG-bestuursvoorzitter Arno Timmermans: “Niet alleen huisartsen, maar álle artsen moeten op een verantwoorde manier werken, daar hoort bij dat je zichtbaar maakt dat je goede kwaliteit van zorg levert. Hoe doe je dat? Dat is behoorlijk ingewikkeld, want individuele zorg is iets tussen de dokter en de patiënt, iets wat plaatsvindt in de beslotenheid van de spreekkamer. Maar tegelijkertijd willen we die zorg zichtbaar en toetsbaar maken. Dat is balanceren, zoeken naar de goede weg. Ik vind dat daar ook bij hoort dat je dingen die minder goed gaan of die beter kunnen, in alle openheid met elkaar bespreekt. Dat is de enige manier om de zorg te verbeteren. Ik vind dat ongelofelijk belangrijk, maar het is lang niet altijd gemakkelijk. En het is vooral nog niet zo gewoon als wij graag denken.”


Toetsbaarheid: je beperkingen kennen

Huisarts in opleiding Liese-Lotte van Geel: “Artsen moeten laten zien wat ze doen en waarom ze het doen. Toetsbaarheid vind ik een normaal onderdeel van het beroep. Het is in de eerste plaats belangrijk voor de patiënt, die moet zich veilig en vertrouwd kunnen voelen. Maar ook voor jezelf, want zo meet je je prestaties af aan die van collega’s en kom je erachter waar je goed in bent en waar je minder op scoort. Ik zit nu nog in de fase dat er altijd een arts áchter me staat, maar straks moet ik precies weten wat ik kan en wat ik niet kan. Tijdens de opleiding wordt het een soort tweede natuur om daar heel bewust over na te denken. Soms besef ik te goed waar m’n beperkingen liggen, dan wordt het frustrerend. Je wilt mensen graag helpen, maar soms ligt dat buiten je vermogen. Leren waar mijn zorg begint, maar ook waar hij ophoudt en daar dan niet op stuklopen. Zo wil ik langzaamaan in dit prachtige vak groeien.”

Bron(nen): HIP