U bent nu hier:

Minister Klink schiet in eigen voet met bezuinigingen op huisartsenzorg

Kortingen gaan ten koste van kwaliteit én kwantiteit van de eerstelijnszorg

Op maandag 23 november publiceerde het Financieel Dagblad een artikel van Steven van Eijck, voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging. Van Eijck reageert hiermee op de bezuinigingen van de minister op de huisartenzorg in 2010. Hieronder de volledige tekst van het artikel.

In Nederland sneuvelt veel op zichzelf verstandig beleid doordat bewindspersonen zich blind staren op hun eigen werkelijkheid en onvoldoende draagvlak creëren bij de uitvoerders van dat beleid. Dat dreigt nu ook te gebeuren met het huisartsenbeleid van minister Klink van Volksgezondheid. Die weigert onder de huidige financieel economische omstandigheden de rekening voor zijn zorgplannen bij de patiënt te leggen en schuift haar daarom door naar de huisartsen. Daarmee dreigt hij zich in de eigen voet te schieten.

Minister Klink heeft een ideaal. Hij wil zoveel mogelijk zorg dicht in de buurt van de patiënt. Dat is mooi. Dat willen de huisartsen ook, daar zijn ze immers voor: huis-arts. Over de idealen van de minister kruisen wij de degens dan ook niet. Want eerlijk is eerlijk, een minister die met hart en ziel inzet op de eerste lijn en de centrale rol van de huisarts daarin hebben wij nog niet eerder mogen meemaken.

Tel uw zegeningen, hoor ik u denken. Maar daar gaat het helaas mis. Want als het op tellen aankomt, rekent de minister zich rijk ten koste van zowel de patiënt als de huisarts. De inzet die minister Klink met de mond belijdt, blijkt niet uit de financiële onderbouwing van zijn plannen. De begroting 2010 van VWS laat bezuinigingen zien in plaats van investeringen in de huisartsenzorg. Bezuinigingen die buiten proportie zijn, averechts werken en de kwaliteit van de huisartsenzorg ernstig onder druk zetten.

Wat doet de minister om zorg dicht in de buurt te regelen? Hij bezuinigt op de huisartsenzorg. Om te beginnen kort hij de huisartsenzorg in 2010 met 60 miljoen. En zegt vervolgens: u krijgt dat bedrag in 2011 ‘gewoon’ terug, zonder dat u daar iets voor hoeft te doen. Met andere woorden, huisartsen, ik leen in 2010 even 60 miljoen van u, maar wilt u in de tussentijd wel het niveau van de zorg op peil houden?

Op macroniveau is het onvoorstelbaar dat een liquiditeitsprobleem binnen de begroting van VWS wordt opgelost door een leningsconstructie met alle huisartsen. Waarom gaat minister Klink niet naar een bank? Of naar zijn collega, minister Bos, die heeft een eigen bank! Op microniveau leidt de uitgestelde terugbetaling tot grote liquiditeitsproblemen in de huisartsenzorg waar de patiënt iets van zal merken.

Huisartsen zullen de tering naar de nering moeten zetten. Er kan minder personeel worden ingezet en investeringen in apparatuur en huisvesting worden uitgesteld of stopgezet. Het serviceniveau van de huisartspraktijk neemt dus af en dat wil niemand, zeker minister Klink niet.

Dit beleid werkt op verschillende terreinen averechts. Huisartsen zullen minder patiënten per praktijk kunnen bedienen. In de economische termen van de minister: de productiecapaciteit neemt af. Er kan minder zorg worden verleend. Patiënten zullen vaker naar het ziekenhuis worden doorverwezen, gewoon omdat er onvoldoende ondersteunend personeel is om het werk aan te kunnen. De zorg wordt per saldo duurder en de patiënt betaalt daar de rekening van.

En alsof dit nog niet genoeg is, kort de minister de huisartsenzorg in 2010 nog eens met 127 miljoen. Ook voor dit bedrag heeft hij een oplossing bedacht, hij draagt de eerste lijn immers een warm hart toe. Huisartsen kunnen dit bedrag terugverdienen door goedkope medicijnen voor te schrijven. Geen punt, daar zijn huisartsen namelijk voor opgeleid. Zij schrijven hun patiënten medicijnen voor die én werken én zo goedkoop mogelijk zijn. Hun uitgangspunt is: goedkoop als het kan, duur als het moet.

Maar de minister zegt nu: medicijnen moeten nóg goedkoper. Dat betekent dat de huisarts zijn inhoudelijke oordeel over wat hij voorschrijft vooral moet laten afhangen van de kosten van het medicijn. En dat wil de huisarts niet. De huisarts wil dat uitsluitend doen wanneer het goedkope recept past bij een optimale behandeling.

Voor de huisarts staat de kwaliteit van de zorg voorop. De minister zet die kwaliteit onder druk door structureel te bezuinigen op de huisartsenzorg. De patiënt is hiervan de dupe — hij betaalt uiteindelijk de rekening.

De minister doet er daarom verstandig aan zich niet rijk te rekenen met voldoende politieke steun in de Tweede Kamer. De steun van de huisarts en de patiënt is vele malen belangrijker voor het welslagen van zijn op zich prima plannen.



Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd